Home
Gebruikers menu
Uw Polissen
Over E.F.A
Dienstverlening doc
Opinie
Wat vind u van de site van E.F.A. Assurantien
 
PDF Afdrukken E-mail

A B C D E F G H I J K L M N O P R S T U V W Z  

Actieve deelnemer

De werknemer die pensioen opbouwt via de pensioenregeling.


Actuariële korting

Als je je pensioen eerder in laat gaan dan de officiële ingangsdatum, wordt het pensioen actuarieel gekort. Het pensioen wordt dan, rekening houdend met rente en sterftekansen, verlaagd.


Afkoop

Over afkoop praat je als je pensioen niet wordt uitgekeerd in maandelijkse termijnen, maar in één keer. Het is wettelijk bijna altijd verboden. Er mag alleen worden afgekocht bij:
    o een klein pensioen, dat niet hoger is dan een bepaald bedrag dat jaarlijks wordt vastgesteld. Voor 2005 is dit bedrag € 355,33 (en voor mensen die blijvend in het buitenland gaan wonen het dubbele)
    o korte deelname aan een pensioenregeling (minder dan een jaar);
    o waardeoverdracht. Bij waardeoverdracht krijg jij het afkoopbedrag niet zelf, maar gaat het rechtstreeks naar je nieuwe pensioenuitvoerder;
    o afkoop van de waarde van je prepensioen, overbruggingspensioen of vroegpensioen als je dit gebruikt als aanvulling voor je ouderdomspensioen (via interne waardeoverdracht) of als storting in je levensloopregeling.


Algemene nabestaandenwet (Anw)

De Anw voorziet in een uitkering aan je partner als je komt te overlijden. In sommige gevallen is er ook een uitkering voor je ex-partner. Het recht op een Anw-uitkering is afhankelijk van inkomen, leeftijd, gezinssamenstelling en mate van arbeids(on)geschiktheid van de nabestaande. De kans dat je partner recht heeft op een Anw-uitkering is niet zo groot. Ook voorziet de Anw – tot een bepaalde leeftijd – in een uitkering voor je kinderen als die ouderloos zijn geworden.


Algemene Ouderdomswet (AOW)

Ouderdomsvoorziening waarop doorgaans iedere inwoner van Nederland vanaf zijn 65e recht heeft. De hoogte van de AOW is afhankelijk van je leefsituatie. Iedere burger die tussen zijn of haar 15e en 65e levensjaar in Nederland woont, bouwt jaarlijks 2% AOW op. Wanneer je gedurende deze periode in het buitenland woont, heeft dit gevolgen voor je AOW.


Alleenstaande

Als je alleenstaand bent heb je een andere AOW-uitkering als iemand die samenwoont. Als in je pensioenregeling nabestaandenpensioen wordt opgebouwd, kun je dit op de pensioendatum inruilen voor een hoger ouderdomspensioen.


Anw

De Anw voorziet in uitkeringen bij je overlijden aan je partner. In sommige gevallen is er ook een uitkering voor je ex-partner. Het recht op een Anw-uitkering is afhankelijk van eigen inkomen, leeftijd, gezinssamenstelling en mate van arbeids(on)geschiktheid van de nabestaande. De kans dat je partner recht heeft op een Anw-uitkering is niet zo groot. Ook voorziet de Anw – tot een bepaalde leeftijd – in een uitkering voor je kinderen als die ouderloos zijn geworden.


AOW

Algemene Ouderdomswet. Inkomen waarop iedere inwoner van Nederland vanaf zijn 65e recht heeft. De hoogte van de AOW is afhankelijk van je leefsituatie. Iedere burger die tussen zijn of haar 15e en 65e levensjaar in Nederland woont, bouwt jaarlijks 2% AOW op. Wanneer je gedurende deze periode in het buitenland woont, heeft dit gevolgen voor de AOW-uitkering.


Arbeidsongeschiktheidspensioen

Pensioen dat uitgekeerd wordt als je arbeidsongeschikt wordt. Voor werknemers is er (nog) de WAO. In sommige pensioenregelingen is voorzien in een aanvulling op de WAO-uitkering. Dit pensioen eindigt uiterlijk op de pensioenleeftijd. Klik hier voor meer informatie over pensioen en arbeidsongeschikt worden.


Aspirantdeelnemer

Je voldoet nog niet aan de voorwaarden om mee te kunnen doen aan de pensioenregeling. Je bent bijvoorbeeld nog te jong of te kort in dienst. Voor aspirant-deelnemers kan op risicobasis een nabestaandenpensioen en soms ook een arbeidsongeschiktheidspensioen worden verzekerd. Bij overlijden of arbeidsongeschikt worden is er dan toch een uitkering.


Backservice

Is van toepassing op een pensioenregeling die gebaseerd is op het eindloon. Gaat je salaris omhoog, dan gaat ook je in het verleden opgebouwde pensioen omhoog. Deze verhoging is de ‘backserviceverhoging’.


Bedrijfstakpensioenfonds

Een pensioenfonds dat werkzaam is in één of meer bedrijfstakken. Meestal is in de bedrijfstak deelname aan het bedrijfstakpensioenfonds verplicht gesteld. In principe zijn de pensioenen van alle werknemers en soms ook van  zelfstandigen uit die bedrijfstakken ondergebracht bij dit bedrijfstakpensioenfonds.


Bereikbaar pensioen

Het pensioen dat je zou kunnen behalen, als je tot je pensioenleeftijd aan de pensioenregeling zou blijven deelnemen. Op je pensioenopgave staat het bereikbare pensioen vermeld. Het nabestaandenpensioen is bijna altijd afgeleid van het bereikbare pensioen.


Beroepspensioenfonds

Pensioenfonds voor beoefenaren van een bepaald beroep, zoals fysiotherapeuten of huisartsen. Als er een beroepspensioenfonds is, zijn alle beroepsgenoten verplicht om zich erbij aan te sluiten. Het is ook mogelijk dat er geen beroepspensioenfonds is, maar  wel een verplicht gestelde pensioenregeling.


Beschikbarepremieregeling

Pensioenregeling waarin aan de deelnemer een premie wordt toegezegd. De hoogte van de uitkering (het pensioen) is afhankelijk  van de betaalde premie, de daarmee behaalde beleggingsopbrengsten en het inkooptarief voor pensioen op de pensioendatum. Pas bij pensionering is de precieze hoogte van het pensioen bekend.


Bestuur

Het pensioenfonds wordt bestuurd door vertegenwoordigers van werkgevers(organisaties) en werknemers(organisaties).


Bijsparen

In sommige pensioenregelingen kun je voor eigen rekening extra pensioengeld opzij zetten.


Bijzonder partnerpensioen

Het nabestaandenpensioen waarop de ex-partner na scheiding recht kan hebben. De ex-partner ontvangt van de pensioenuitvoerder een bewijs van deze aanspraak.


Bijzonder weduwen- en weduwnaarspensioen

Het nabestaandenpensioen waarop de ex-partner na scheiding recht kan hebben. De ex-partner ontvangt van de pensioenuitvoerder een bewijs van deze aanspraak.


Buitenland

Als je in het buitenland hebt gewoond of van plan bent in het buitenland te gaan wonen, kan dat gevolgen hebben voor je pensioen.


Burgerlijke staat

De AOW-uitkering die je krijgt is afhankelijk van je leefsituatie. In je pensioenregeling mag bij het ouderdomspensioen geen onderscheid gemaakt worden naar burgerlijke staat. Bij het nabestaandenpensioen mag dit wel. Wordt in de pensioenregeling het nabestaandenpensioen opgebouwd dan heb jij, ongeacht je burgerlijke staat, het recht dit nabestaandenpensioen op de pensioendatum in te ruilen voor een hoger of eerder ingaand ouderdomspensioen.


Cafetariasysteem

Systeem waarbij je diverse keuzes hebt zoals in pensioenvormen en pensioenhoogtes. Je kunt bijvoorbeeld op voorhand kiezen voor een hoger nabestaandenpensioen of een hoger arbeidsongeschiktheidspensioen.


Carrièresprong

Een grote verhoging van het salaris door wisseling van functie of baan.


Combinatieregeling

In een combinatieregeling is er een mix van twee pensioensystemen. Tot een bepaald salarisniveau bouw je pensioen op volgens een eindloon- of middelloonsysteem en daarboven  geldt een beschikbarepremieregeling. Ook zijn er combinatieregelingen waarin je over de hele pensioengrondslag deels opbouwt volgens een eindloon- of middelloonsysteem en deels volgens een beschikbarepremieregeling.


Commissie Gelijke Behandeling
De commissie beoordeelt of sprake is van verboden ongelijke behandeling. Als het gaat om pensioen kan het bijvoorbeeld zijn dat je het niet eens bent met de korting op het nabestaandenpensioen, omdat je partner 10 jaar jonger is dan jij. Of de pensioenregeling maakt onderscheid tussen functies, maar via de achterdeur is dat onderscheid maken tussen mannen en vrouwen. Bijvoorbeeld als in een bedrijf de administratief medewerkers uitgesloten worden van deelname aan de regeling, terwijl dit toevallig allemaal vrouwen zijn.


Conversie

Een methode waarbij een of meer pensioensoorten worden omgezet in een andere pensioensoort. Je kunt er bijvoorbeeld mee te maken krijgen bij scheiding. Je kunt bij echtscheiding overeenkomen dat de pensioenen die aan je ex-partner toekomen (deel van het ouderdomspensioen en het bijzonder nabestaandenpensioen) worden omgezet in één eigen pensioen voor je ex-partner.


Deelnemer

De werknemer die meedoet aan de pensioenregeling en voor wie pensioenrechten worden opgebouwd bij een pensioenfonds of levensverzekeringsmaatschappij.


Deelnemersraad

Orgaan binnen een pensioenfonds dat het bestuur van het fonds adviseert. Als 5% van alle (ex) deelnemers van het pensioenfonds daarom verzoekt, moet een deelnemersraad worden ingesteld. Het bestuur van het pensioenfonds kan ook vrijwillig een deelnemersraad instellen.


Deelnemingsjaren

Het aantal jaren dat je meedoet aan een pensioenregeling en dus pensioen opbouwt. Worden ook wel dienstjaren genoemd.

Deelnemingsjaren kunnen onder bepaalde voorwaarden ook later worden ingekocht. Alleen als je 40 deelnemingsjaren hebt, kun je in aanmerking komen voor een 40-deelnemingsjarenpensioen.


Deeltijdpensioen

Een vorm van (vervroegde) pensionering, waarbij je voor een gedeelte met pensioen gaat en voor een gedeelte blijft werken.


Deeltijdwerker

Je bent deeltijdwerker als je minder werkt dan de gebruikelijke arbeidstijd in de onderneming. Je mag als deeltijdwerker niet uitgesloten worden van deelname aan de pensioenregeling. Als je in deeltijd gaat werken binnen 10 jaar voorafgaande aan pensionering, mag de pensioenopbouw worden voortgezet op basis van het vroegere, voltijdsalaris. Dit is echter niet verplicht.


Demotie

Verplaatsing van een hogere functie naar een lagere, met verlaging van het salaris (het omgekeerde van promotie). Als demotie plaatsvindt in de 10 jaar voorafgaande aan pensionering, mag je pensioenopbouw worden voortgezet op basis van het vroegere, hoge salaris. Dit is echter niet verplicht.

 

Detacheringsverklaring

Werknemers die tijdelijk in het buitenland werken hebben een detacheringsverklaring nodig om aan te tonen dat ze in Nederland sociaal verzekerd zijn. Op die manier hoeven ze geen premies af te dragen in het land waar ze werken.


Dienstjaar

Het aantal jaren dat je meedoet aan een pensioenregeling en dus pensioen opbouwt. Worden ook wel deelnemingsjaren genoemd.

Dienstjaren kunnen onder bepaalde voorwaarden ook later worden ingekocht. Alleen als je 40 dienstjaren hebt, kun je in aanmerking komen voor een 40-deelnemingsjarenpensioen.


Discriminatie

In pensioenregelingen mag in principe geen onderscheid gemaakt worden op grond van geslacht, burgerlijke staat, seksuele geaardheid, ras of nationaliteit, aard of duur van het dienstverband, leeftijd, handicap of chronische ziekte. Wel zijn er enkele wettelijke uitzonderingen op het verbod om onderscheid te maken. Ook kan bij sommige discriminatiegronden het onderscheid objectief worden gerechtvaardigd.


Doorsneepremie

Een premie die voor een bepaalde groep uniform is vastgesteld zonder rekening te houden met individuele verschillen in leeftijd, burgerlijke staat of geslacht.


Eindloonregeling

Pensioenregeling waarin de hoogte van je pensioen is afgeleid van het salaris dat je direct voorafgaand aan de pensioendatum verdient. Bij iedere salarisverhoging wordt het pensioen dat je al hebt opgebouwd opgetrokken naar het nieuwe salarisniveau.


Ex-echtgenoot

Als ex-echtgenoot kun je na overlijden van je vroegere echtgenoot recht hebben op een nabestaandenpensioen. Als je vroegere echtgenoot met pensioen gaat kun je recht hebben op een deel van zijn ouderdomspensioen.


Ex-partner

Als ex-partner kun je na overlijden van je vroegere partner recht hebben op een nabestaandenpensioen.


Excedentregeling

Deze regeling is bedoeld voor mensen die meer verdienen dan het maximumsalaris dat de pensioenregeling stelt. Het is een extra aanvullende pensioenregeling waarmee ze ook pensioen kunnen opbouwen over het salaris boven het gestelde maximum.

Factor A

De factor die aangeeft wat de pensioenaangroei is geweest in een bepaald jaar. Je pensioenuitvoerder moet je jaarlijks een opgave verstrekken van de factor A. Je hebt de factor A nodig om je jaarruimte te kunnen berekenen.


Fictieve deelnemersjaren

De jaren die meetellen voor de berekening van je pensioen, terwijl je in die periode niet in dienst was bij je huidige werkgever. Fictieve deelnemersjaren (of: dienstjaren) ontstaan bij waardeoverdracht.


Flexibele pensionering

Regeling waarbij je als deelnemer, binnen bepaalde grenzen, zelf de pensioeningangsdatum kunt kiezen.


FOR

De (fiscale) oudedagsreserve. Een belastingfaciliteit voor de zelfstandige ondernemer. Door een toevoeging te doen aan de oudedagsreserve kun je als ondernemer belastingheffing uitstellen. Klik hier voor meer informatie over pensioen en zelfstandigen.


Franchise

Dat deel van je salaris dat niet meetelt voor de opbouw van je pensioen. Je krijgt immers later ook AOW, dus je hoeft niet over je hele salaris pensioen op te bouwen. Het franchisebedrag is vaak afgeleid van de AOW.


FVP-regeling

Dankzij deze regeling kunnen werklozen, ouder dan 40 jaar, hun pensioenopbouw voortzetten zolang ze een loongerelateerde werkloosheidsuitkering ontvangen. Vanaf 1 juli 2004 geldt voor de FVP-regeling een wachttijd van 180 dagen. Klik hier voor informatie over pensioen en werkloosheid.  


Gelijke behandeling

In pensioenregelingen mag in principe  geen onderscheid worden gemaakt op grond van geslacht, burgerlijke staat, seksuele geaardheid, ras of nationaliteit, aard of duur van het dienstverband, leeftijd, handicap of chronische ziekte. Wel zijn er enkele wettelijke uitzonderingen op het verbod om onderscheid te maken. Ook kan bij sommige discriminatiegronden het onderscheid objectief worden gerechtvaardigd. Klik hier voor de Commissie Gelijke Behandeling.


Gelijke uitkeringen

De pensioenuitkeringen moeten in een eindloon- en middelloonregeling gelijk zijn voor mannen en vrouwen. Vanaf 1 januari 2005 moeten ook in een beschikbarepremieregeling de pensioenuitkeringen gelijk zijn voor mannen en vrouwen.


Gematige eindloonregeling

Eindloonregeling waarbij tot een bepaalde leeftijd het pensioen dat je al hebt opgebouwd wordt afgeleid van het laatstverdiende salaris. Vanaf die leeftijd bouw je jaarlijks een stuk pensioen op dat afgeleid is van het dan geldende salaris. Het in het verleden opgebouwde pensioen wordt niet meer naar het nieuwe salarisniveau opgetrokken. Doel van de matiging is te voorkomen dat een late carrièresprong veel invloed heeft op de hoogte van het pensioen en tot een kostenexplosie leidt.

Eindloonregelingen waarbij de matiging gekoppeld is aan een bepaalde leeftijd zijn niet meer toegestaan omdat dit een verboden onderscheid op grond van leeftijd is.


Geregistreerd partnerschap

Een samenlevingsverband dat bij de burgerlijke stand als zodanig is geregistreerd. Een geregistreerde partner is in pensioenregelingen gelijkgesteld met een huwelijkspartner.


Geschillen

Klik hier voor meer informatie als je een geschil hebt over je pensioen


Gewezen deelnemer

Je bent gewezen deelnemer als je deelname aan de pensioenregeling is gestopt doordat je niet langer bij het bedrijf of in de bedrijfstak werkt Je houdt recht op wat je hebt opgebouwd, maar bouwt nu niet meer op.


Halfwezenuitkering

Uitkering aan de ouder of verzorger van een kind dat jonger is dan 18 jaar, en dat als gevolg van het overlijden nog maar één ouder heeft. Vloeit voort uit de Anw en bedraagt 20% van het netto minimumloon.


Hoog/laag-constructie

Constructie, waarbij je kunt kiezen voor een hogere uitkering in de eerste jaren van je pensioen en daarna een lagere, of omgekeerd. Op grond van fiscale wetgeving is een variatie tussen de hoogste en de laagste uitkering van maximaal 100:75 toegestaan. Je hoeft je niet aan die grens te houden als je je pensioen eerder in laat gaan en in de periode tot 65 jaar wil voorzien in een AOW-overbrugging.Klik hier voor meer informatie.


Indexering

Verhoging van het pensioen naar aanleiding van prijsstijging of loonontwikkeling. Geldt voor het pensioen van gepensioneerden en slapers. Ook actieve deelnemers aan een middelloonregeling hebben er mee te maken. Men noemt dit ook wel toeslag. Indexering is echter nagenoeg altijd voorwaardelijk. Dat betekent dat er alleen geïndexeerd wordt indien er voldoende middelen zijn


Indirecte discriminatie

Van indirect onderscheid is sprake als in een pensioenregeling een ogenschijnlijk neutraal criterium wordt gehanteerd, dat niettemin bepaalde groepen in onevenredige mate treft. Bijvoorbeeld als bepaalde categorieën werknemers worden uitgesloten van deelname aan de pensioenregeling. Indirecte discriminatie is niet toegestaan, tenzij hiervoor een objectieve rechtvaardigingsgrond is aan te voeren.


Jaarruimte

De mogelijkheid die je kunt hebben om een lijfrentepremie in aftrek te brengen op je  inkomen, omdat je in dat jaar te weinig pensioen hebt opgebouwd.

Kapitaaldekking

In een systeem van kapitaaldekking wordt er meteen bij het toekennen van een pensioenaanspraak geld opzij gezet om later de pensioenuitkering te kunnen betalen. De pensioenpremies worden gespaard en belegd. Voor iedere deelnemer bouwt de pensioenuitvoerder zo het kapitaal op dat nodig is om later het pensioen uit te betalen.


Keuzerecht

Het recht om uiterlijk op de pensioendatum je opgebouwde nabestaandenpensioen om te zetten in een hoger of eerder ingaand ouderdomspensioen. Het keuzerecht is niet van toepassing op nabestaandenpensioen dat op risicobasis is verzekerd.


Klacht

Klik hier voor meer informatie als je een klacht hebt over je pensioen.

 

Levensloopregeling

Een regeling waarbij je ten hoogste 12% van je brutoloon kunt sparen. Ben je op 1 januari 2005 tussen de 50 en 55 dan mag je nog meer sparen. Je levenslooptegoed mag ten hoogste 210% van je jaarsalaris bedragen. Je kunt in de levensloopregeling sparen voor inkomen tijdens verlofperiodes. Je werkgever mag een financiële bijdrage aan de levensloopregeling leveren. Over de uitkeringen uit de levensloopregeling wordt belasting geheven.

Ook kun je het levenslooptegoed gebruiken om eerder te stoppen met werken of om door te sluizen naar je ouderdomspensioen.


Lijfrente

Aanspraak op een reeks vaste periodieke uitkeringen, die uiterlijk bij overlijden eindigt. Te vergelijken met een uitkering uit een pensioenregeling. De aanspraak is afhankelijk van het leven van één of meerdere personen.


Lijfrentepremieaftrek

De premie betaald voor een lijfrenteverzekering kan onder bepaalde voorwaarden in mindering worden gebracht op het belastbaar inkomen. Over de lijfrenteuitkering moet te zijner tijd belasting worden betaald.


Loondervingsuitkering

De WAO-uitkering die afgeleid is van je loon. De uitkering bedraagt bij volledige arbeidsongeschiktheid 70% van je loon tot het maximumloon voor de WAO. In 2005 is het maximumloon voor de WAO € 43.770. De loondervingsuitkering wordt maar korte tijd verstrekt. Als je erg jong bent op het moment dat je arbeidsongeschikt bent, kom je helemaal niet in aanmerking voor een loondervingsuitkering. Klik hier voor meer informatie over arbeidsongeschikt en pensioen.


Medezeggenschap

De mogelijkheid van (gewezen) deelnemers om inspraak te hebben bij de uitvoering van de pensioenregeling. Vooral de medezeggenschap van gepensioneerden staat in de belangstelling. In een convenant tussen de Stichting van de Arbeid en het Coördinatieorgaan Samenwerkende Ouderenorganisaties is afgesproken om bij alle collectieve pensioenregelingen de gepensioneerden medezeggenschap te geven bij de uitvoering. Zie ook deelnemersraad.


Middelloonregeling

In de middelloon- of opbouwregeling word je pensioen berekend op basis van het gemiddelde salaris dat je tijdens je loopbaan hebt verdiend. Je in eerdere jaren opgebouwd pensioen wordt niet opgehoogd tot het niveau van het laatste salaris. De pensioenregeling kent dus geen backservice zoals in de eindloonregeling. Je eenmaal opgebouwde rechten worden bij een middelloonregeling meestal wel geïndexeerd. Indexering is echter nagenoeg altijd voorwaardelijk. Dat betekent dat er alleen geïndexeerd wordt indien er voldoende middelen zijn.


Nabestaandenlijfrente

Deze lijfrente is bedoeld voor de verzorging van nabestaanden. De lijfrente kan uitsluitend ingaan bij jouw overlijden (als jij de premie afgetrokken hebt) of bij het overlijden van je partner. Alleen bij de Anw-gatverzekering hoeft de lijfrente niet meteen na overlijden in te gaan. De ingangsdatum kan ook opgeschoven worden naar het tijdstip waarop het jongste kind 18 wordt (en het recht op een Anw-uitkering dus vervalt). Als de lijfrente wordt uitgekeerd aan je kinderen, moet de uitkering eindigen bij hun overlijden of anders uiterlijk op hun 30e verjaardag.


Nabestaandenoverbruggingspensioen

Het tijdelijke nabestaandenpensioen dat bedoeld is om het gemis aan Anw te compenseren. Ook ter compensatie van de hogere premiedruk die geldt tot je 65e.


Nabestaandenpensioen

Pensioen dat – doorgaans levenslang – wordt uitgekeerd aan de partner (of kinderen) van de deelnemer aan een pensioenregeling. Verzamelnaam voor weduwen-, weduwnaars-, wezen- en partnerpensioen.


Nabestaandenpensioen op opbouwbasis

Als je nabestaandenpensioen opbouwt, vorm je een 'potje'. Hieruit ontvangt je nabestaande na jouw overlijden een uitkering. Stop je met opbouwen, omdat je bijvoorbeeld niet meer aan een pensioenregeling meedoet, dan houd je recht op het nabestaandenpensioen dat tot op dat moment is opgebouwd. Tot voor kort werd in de meeste pensioenregelingen het nabestaandenpensioen verzekerd op opbouwbasis. Steeds vaker gaan regelingen over op nabestaandenpensioen op risicobasis.

Is het nabestaandenpensioen opgebouwd, dan houd je recht op het pensioen bij ontslag. Na een echtscheiding houdt je ex-partner recht op het nabestaandenpensioen dat tot de datum van echtscheiding is opgebouwd. Je kunt het opgebouwde nabestaandenpensioen, met instemming van je partner, op de pensioendatum in ruilen voor een hoger of eerder ingaand ouderdomspensioen.


Nabestaandenpensioen op risicobasis

Je bent verzekerd tegen het risico dat je komt te overlijden. Kom je inderdaad te overlijden, dan krijgt je nabestaande een nabestaandenpensioen. Wanneer de premiebetaling stopt (bijvoorbeeld bij ontslag of op de pensioendatum), dan is er geen aanspraak op een nabestaandenpensioen. De risicoverzekering voor het nabestaandenpensioen is te vergelijken met een verzekering voor je auto of de brandverzekering voor je huis. Je bent verzekerd zolang je premie betaalt. Stop je met premie betalen dan is er geen verzekering meer.

Is je nabestaandenpensioen op risicobasis verzekerd, dan vervalt het pensioen bij ontslag. Na een echtscheiding heeft je ex-partner geen aanspraak op nabestaandenpensioen. Op de pensioendatum is er geen nabestaandenpensioen, dus je kunt dit ook niet inruilen. Vaak biedt de pensioenregeling wel de mogelijkheid om bij pensionering een deel van je ouderdomspensioen in te ruilen voor een nabestaandenpensioen.

 


Niet-actieve deelnemer

Je doet niet meer mee aan de pensioenregeling,  omdat je niet langer bij het bedrijf of in de bedrijfstak werkt. Je houdt recht op wat je hebt opgebouwd, maar bouwt nu niet meer op.


Objectieve rechtvaardiging

Rechtvaardiging die je als werkgever of pensioenuitvoerder kunt voeren als je direct of indirect onderscheid hebt gemaakt in de pensioenregeling. Voordat er sprake is van objectieve rechtvaardiging moet aan een aantal eisen worden voldaan.


Ombudsman Levensverzekering

Hier kun je terecht met klachten over een levensverzekeringsmaatschappij. Klik hier voor meer informatie over klachten over pensioen.


Ombudsman Pensioenen

Hier kun je terecht met klachten over een pensioenfonds. Klik hier voor meer informatie over klachten over pensioen.


Omkeerregel

Niet de pensioenpremies behoren tot het fiscaal belastbare loon, maar de pensioenuitkeringen. Dit betekent dat niet de pensioenaanspraak wordt belast, maar de te zijner tijd te ontvangen pensioenuitkering.


Omslagstelsel

Financieringsvorm waarbij de werkenden premies betalen, waarmee op hetzelfde moment uitkeringen aan pensioengerechtigden worden betaald.

In Nederland wordt het omslagstelsel onder meer toegepast voor de financiering van de AOW en de VUT-regeling. De Pensioen- en spaarfondsenwet staat het omslagstelsel voor toegezegde pensioenaanspraken niet toe.


Ondernemer

Als zelfstandig ondernemer moet je vaak zelf voor je oudedagsvoorziening zorgen.


Ondernemingspensioenfonds

Een aan één of meer ondernemingen verbonden pensioenfonds. Ondernemingspensioenfondsen hebben vrijwel altijd de rechtsvorm van een stichting.


Ontslagrechten

Als je niet meer meedoet aan de pensioenregeling, behoud je recht op het pensioen dat je al hebt opgebouwd.


Opbouw nabestaandenpensioen

Je nabestaandenpensioen kan worden opgebouwd of op risicobasis worden gefinancierd.


Opbouwpercentage

Per jaar bouw je een deel van je uiteindelijke pensioen op. In een eindloon- of middelloonregeling bouw je doorgaans ieder jaar 1/40e deel op, ofwel 1,75%. Deze 1,75 is het opbouwpercentage per dienstjaar.

Opbouwregeling

In de middelloon- of opbouwregeling wordt je pensioen berekend op basis van het gemiddelde salaris dat je tijdens je loopbaan hebt verdiend.  Je in eerdere jaren opgebouwd pensioen wordt niet opgehoogd tot het niveau van het laatste salaris. De pensioenregeling kent dus geen backservice zoals in de eindloonregeling. Je eenmaal opgebouwde rechten worden bij een middelloonregeling meestal wel geïndexeerd. Indexering is echter nagenoeg altijd voorwaardelijk. Dat betekent dat er alleen geïndexeerd wordt indien er voldoende middelen zijn.


Oudedagslijfrente

Deze lijfrente is bedoeld als een levenslange ouderdomsvoorziening. De lijfrente kan ingaan wanneer je maar wilt. Als jij de premie hebt afgetrokken, mag de uitkering alleen aan jou plaatsvinden. Klik hier voor meer informatie over zelfstandige en pensioen.


Oudedagsreserve

Als je bedrijf winst maakt, mag je een deel daarvan als oudedagsreserve op je balans opnemen. Elk jaar mag je opnieuw beslissen of je een deel van de winst als oudedagsreserve opneemt. Let er wel op dat je met je oudedagsreserve niet echt een pensioen opbouwt. Je hebt alleen een fiscale reserve gevormd. Over die reserve moet je straks afrekenen met de fiscus. Klik hier voor meer informatie over zelfstandige en pensioen.


Ouderdomspensioen

Het ouderdomspensioen krijg je uitgekeerd vanaf de pensioendatum (meestal 65 jaar) tot je overlijden. Meestal in maandelijkse termijnen. Naast het levenslange pensioen bestaat er ook tijdelijk ouderdomspensioen.


Overbruggingspensioen

Kent je  pensioenregeling een pensioendatum eerder dan 65? Dan krijg je  meestal bovenop je ouderdomspensioen ook een overbruggingspensioen om het gemis aan AOW op te vangen. AOW krijg je immers pas op je 65e. Het overbruggingspensioen compenseert vaak ook de hogere belasting die je tot je 65e betaalt. Het is dus een extra pensioen naast je gewone ouderdomspensioen. Het gaat in vanaf de dag dat je met pensioen gaat tot uiterlijk je 65e. Vanaf dat moment krijg je immers ook AOW en betaal je minder sociale verzekeringspremies. Daardoor kan het overbruggingspensioen vervallen. Voor het overbruggingspensioen geldt soms een kortere opbouwperiode, bijvoorbeeld de 10 of 20 jaar voorafgaand aan je pensioendatum.

Partnerpensioen

Het pensioen voor de achterblijvende partner. Wordt uitgekeerd vanaf je overlijden tot het overlijden van je partner. In het verleden sprak men van weduwepensioen en later ook van weduwnaarspensioen. Tegenwoordig wordt de term partnerpensioen, of de term nabestaandenpensioen, gebruikt als verzamelnaam voor alle pensioenen voor de achterblijvende partner, of dit nu een huwelijkspartner is of niet. Dat betekent overigens niet dat elke pensioenregeling ook pensioen voor ongehuwde partners heeft! Raadpleeg hiervoor je pensioenreglement.


Partnertoeslag AOW

Toeslag op de AOW-uitkering als je een partner hebt die jonger is dan 65. Wie 65 wordt op of na 1 januari 2015, ontvangt geen partnertoeslag meer. De partner die als eerste 65 wordt, ontvangt vanaf die datum alleen zijn eigen AOW. De AOW voor de partner wordt uitgekeerd op het moment dat die 65 wordt.


Pensioenbreuk

Pensioennadeel  dat kan ontstaan als je van werkkring verandert, en daardoor van pensioenregeling. Het al opgebouwde pensioen bij je oude werkgever wordt dan soms niet volledig aangepast aan de prijs- of loonontwikkeling. Dat betekent verlies van koopkracht.

Bij een eindloonregeling kan het nadeel ook ontstaan als je in je nieuwe baan carrière maakt en meer gaat verdienen. De backservice krijg je alleen over het pensioen dat bij de nieuwe werkgever is opgebouwd en niet over de ‘oude’ pensioenrechten. Een oplossing hiervoor kan zijn dat je je opgebouwde pensioenaanspraken meenemen naar je nieuwe pensioenuitvoerder. Klik hier voor meer informatie over waardeoverdracht.


Pensioenbrief

Schriftelijke overeenkomst tussen een werkgever en een werknemer, waarin aan de werknemer een individuele pensioentoezegging wordt gedaan.


Pensioenclausule

Clausule die bepaalt dat je te zijner tijd het bereikte kapitaal uitsluitend kunt gebruiken voor de aankoop van pensioen in de zin van de Pensioen- en spaarfondsenwet.


Pensioendatum

De datum waarop volgens de pensioenregeling je ouderdomspensioen ingaat.


Pensioenfonds

Een organisatie die de pensioenpremies ontvangt, bewaakt, belegt en zorgt voor de uitkering aan gepensioneerden. Er zijn bedrijfstakpensioenfondsen, ondernemingspensioenfondsen, en beroepspensioenfondsen. Pensioenfondsen staan onder toezicht van de De Nederlandsche Bank (www.dnb.nl).


Pensioengrondslag

Je salaris min de franchise. De pensioengrondslag is het bedrag waarmee je pensioen wordt berekend. Je eigen bijdrage is vaak uitgedrukt in een percentage van de pensioengrondslag.


Pensioenleeftijd

De leeftijd waarop volgens de pensioenregeling je ouderdomspensioen ingaat.


Pensioenpromotie

Bevordering van een werknemer met een bijbehorende salarisverhoging met als doel het pensioen substantieel te verbeteren. In veel pensioenregelingen is dit niet mogelijk doordat een knip of matiging wordt gehanteerd.


Pensioenreglement

Schriftelijk document waarin precies staat omschreven hoe je pensioenregeling in elkaar steekt, wat de rechten en plichten zijn van jou en je pensioenuitvoerder.


Pensioentoezegging

Toezegging van een werkgever dat aan de werknemer een pensioen wordt uitgekeerd, nadat die de pensioenleeftijd bereikt, arbeidsongeschikt raakt of komt te overlijden. Dat pensioen kan worden uitgekeerd aan de werknemer zelf of aan diens nabestaanden.


Pensioenuitvoerder

De instantie die jouw pensioen uitvoert (administratie, helpdesk, beleggen van pensioengelden, uitkeren van pensioen). Bijvoorbeeld een pensioenfonds of een levensverzekeraar.


Pensioenverevening

Bij echtscheiding wordt het ouderdomspensioen verdeeld.


Premie

Het bedrag dat je werkgever aan de pensioenuitvoerder moet betalen om je pensioen te financieren.


Premievrije (pensioen)opbouw

Ben je (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt dat gaat je pensioenopbouw (gedeeltelijk) door. Je betaalt voor die opbouw  geen premie.


Premievrije aanspraak

Als je niet meer meedoet aan de pensioenregeling, behoud je recht op het pensioen dat je al hebt opgebouwd. Daar hoef je geen premie meer voor te betalen. Vandaar de term premievrije aanspraak. Als in de pensioenregeling de ingegane pensioenen worden geïndexeeerd, worden ook de premievrije aanspraken van de gewezen deelnemers geïndexeerd.


Premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid

Ben je (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt dat gaat je pensioenopbouw (gedeeltelijk) door. Je betaalt voor die opbouw geen premie.


Prepensioen

Een tijdelijk ouderdomspensioen dat voorafgaand aan het levenslange ouderdomspensioen  wordt uitgekeerd. Het was bedoeld als vervanging van de VUT-regeling. Tijdens de periode van het prepensioen mag de pensioenopbouw voor het gewone ouderdomspensioen worden voortgezet. De regeling voor prepensioen was een tijdelijke regeling.

De opbouw van prepensioen is vanaf 2006 nog mogelijk voor deelnemers die op 1 januari 2005 al 55 jaar of ouder zijn. Voor 55-minners is het weliswaar ook nog mogelijk, maar fiscaal zo onaantrekkelijk dat die regeling in de praktijk zal verdwijnen.


Reserveringsruimte

De mogelijkheid die je kunt hebben om een lijfrentepremie in aftrek te brengen op in inkomen vanwege een pensioentekort dat je in voorgaande jaren hebt opgelopen. De reserveringsruimte is een optelsom van de jaarruimtes die je in de afgelopen 7 jaar niet hebt gebruikt.


Risico nabestaandenpensioen

Je bent verzekerd tegen het risico dat je komt te overlijden. Kom je inderdaad te overlijden, dan krijgt je nabestaande een nabestaandenpensioen. Wanneer de premiebetaling stopt (bijvoorbeeld bij ontslag of op de pensioendatum), dan is er geen aanspraak op een nabestaandenpensioen. De risicoverzekering voor het nabestaandenpensioen is te vergelijken met een verzekering voor je auto of de brandverzekering voor je huis. Je bent verzekerd zolang je premie betaalt. Stop je met premie betalen dan is er geen verzekering meer.

Is je nabestaandenpensioen op risicobasis verzekerd, dan vervalt het pensioen bij ontslag. Na een echtscheiding heeft je ex-partner geen aanspraak op nabestaandenpensioen. Op de pensioendatum is er geen nabestaandenpensioen, dus je kunt dit ook niet inruilen. Vaak biedt de pensioenregeling wel de mogelijkheid om bij pensionering een deel van je ouderdomspensioen in te ruilen voor een nabestaandenpensioen.


Scheiding

De echtscheiding, scheiding van tafel en bed en verbreking van de geregistreerde partnerrelatie. Klik hier voor meer informatie over pensioen en scheiding.


Slaper
Niet-actieve, maar nog niet gepensioneerde deelnemer in een pensioenregeling


Tijdelijk nabestaandenpensioen

Een tijdelijke verhoging van het nabestaandenpensioen voor je partner. Eindigt meestal op 65-jarige leeftijd. Het kan bedoeld zijn om het hogere belastingtarief en de hogere sociale premies vóór 65 jaar te compenseren. Of om het gemis aan Anw te compenseren.


Tijdelijke oudedagslijfrente

Deze lijfrente is bedoeld om ervoor te zorgen dat je tijdelijk een hoger inkomen hebt. Als jij de premie hebt afgetrokken, mag de uitkering alleen aan jou plaatsvinden. De uitkeringsduur moet minimaal vijf jaar zijn. De uitkering moet eindigen bij het overlijden van de belastingplichtige. De uitkering is aan een maximum gebonden.


Tijdsevenredig ouderdomspensioen

Als je vóór de pensioendatum je deelneming aan de pensioenregeling beëindigt, krijg je een recht op een tijdsevenredig ouderdomspensioen. Dit pensioen bestaat uit het verschil tussen het bereikbare ouderdomspensioen (zoals dat op je pensioenoverzicht staat) en het bereikbare pensioen dat zou gelden als je op de ontslagdatum zou gaan deelnemen aan de regeling. Dit geldt voor middelloonregelingen en eindloonregelingen, niet voor beschikbarepremieregelingen.


Toeslag

Zie indexering.


Toetredingsleeftijd

De leeftijd waarop je volgens de pensioenregeling mag meedoen aan de pensioenregeling. In het verleden was een toetredingleeftijd van 25 jaar heel gewoon. Hoe langer hoe meer regelingen verlagen de toetredingsleeftijd of laten die helemaal vervallen.

Uitruil

De mogelijkheid voor jou als deelnemer om het nabestaandenpensioen om te zetten in een hoger (of eerder ingaand) ouderdomspensioen of een deel van het ouderdomspensioen om te zetten in nabestaandenpensioen.


Verevening pensioenrechten bij scheiding

Verdeling van het tijdens je huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen in geval van scheiding. De ex-partner krijgt de helft van het ouderpensioen dat je tijdens het huwelijk hebt opgebouwd.  Klik hier voor meer informatie over pensioen en scheiding.


Verlof

Als je verlof opneemt kan dit effect hebben op je pensioen.


Vervolguitkering

De WAO-uitkering die wordt verstrekt na afloop van de loondervingstuitkering. Als je vanwege je leeftijd niet in aanmerking komt voor de loondervingsuitkering, krijg je meteen de vervolguitkering. De hoogte van de vervolguitkering is afhankelijk van je leeftijd. Klik hier voor meer informatie over de WAO.


Vroegpensioen

Pensioenregeling met een pensioendatum die gelegen is vóór je 65e.


VUT-regeling

Een regeling van Vervroegde Uittreding vóór de reglementaire pensioendatum. Is op vrijwillige basis. Je kunt geen ‘VUT-rechten’ opbouwen, zoals bij pensioen. Bij ontslag vervallen je aanspraken op

VUT.

Vanaf 2006 zijn de werknemerspremies voor de VUT niet meer aftrekbaar en is de werkgeversbijdrage belast.

Deze nieuwe regel geldt niet voor de premies die betaald worden voor de vutuitkeringen van mensen die op 1 januari 2005 al 55 jaar of ouder zijn.


Waardeoverdracht

Je kunt je ‘oude’ pensioen meenemen naar je nieuwe pensioenuitvoerder. Dat heet ‘waardeoverdracht’. Hoe weet je wat in jouw situatie het beste is? Je vraagt de pensioenuitvoerder van je nieuwe werkgever wat je voor je ‘oude’ pensioen krijgt. Anders gezegd: je nieuwe pensioenuitvoerder vertaalt het door jou meegenomen  pensioen in een aantal opbouwjaren volgens de nieuwe pensioenregeling. Waardeoverdracht kan een goed middel zijn tegen pensioenbreuk.


Waardevast pensioen

Je pensioenaanspraken zijn waardevast indien zij na ingang of premievrijmaking jaarlijks worden verhoogd of verlaagd met het percentage waarmee de prijzen in een bepaalde periode zijn gestegen of gedaald. De indexering van pensioen is nagenoeg altijd voorwaardelijk. Dat betekent dat er alleen geïndexeerd wordt indien daar genoeg geld voor is.


Wachttijd

Periode waarin je moet wachten voordat je mag deelnemen aan de pensioenregeling van je werkgever. Vaak worden na afloop van de wachttijd met terugwerkende kracht pensioenaanspraken toegekend, alsof je reeds bij aanvang van de wachttijd deelnemer was geweest.


WAO-hiaat
Verschil tussen de loondervingsuitkering van de WAO en de vervolguitkering


Weduwenpensioen

Nabestaandenpensioen dat na je overlijden levenslang wordt uitgekeerd aan je echtgenote. Wanneer je trouwt of gaat samenwonen ná pensionering, heeft je partner geen recht op nabestaandenpensioen als je overlijdt.


Weduwnaarspensioen

Nabestaandenpensioen dat na je overlijden levenslang wordt uitgekeerd aan je echtgenoot. Wanneer je trouwt of gaat samenwonen ná pensionering, heeft je partner geen recht op nabestaandenpensioen als je overlijdt.


Welvaartsvast pensioen

Je pensioenaanspraken zijn waardevast indien zij na ingang of premievrijmaking jaarlijks worden verhoogd of verlaagd met het percentage waarmee de lonen in een bepaalde periode zijn gestegen of gedaald. De indexering van pensioen is nagenoeg altijd voorwaardelijk. Dat betekent dat er alleen geïndexeerd wordt indien daar genoeg geld voor is.


Wezenpensioen

Het wezenpensioen wordt uitgekeerd aan je kind(eren) na je overlijden. Het gaat vaak om een halfwezenpensioen (er is nog één ouder in leven). Vaak stopt het wezenpensioen in principe op 18- of 21-jarige leeftijd, maar loopt de uitkering langer door (tot bijvoorbeeld het 27e jaar) als je kind studeert of arbeidsongeschikt is. Als beide ouders (verzorgers) zijn overleden, krijgen de dan volle wezen meestal een dubbel wezenpensioen.


Zelfstandige

Als zelfstandig ondernemer moet je vaak zelf voor je oudedagsvoorziening zorgen.

40-deelnemingsjarenpensioen

Een 40-deelnemingsjarenpensioen biedt de mogelijkheid om na 40-deelnemingsjaren in een pensioenregeling met pensioen te gaan, ook al ligt de pensioendatum voor de 65-jarige leeftijd.

Niet iedere pensioenregeling kent een 40-deelnemingsjarenpensioen. Als je op je 63e 40 deelnemingsjaren achter de rug hebt, mag een 40-deelnemingsjarenpensioen worden toegezegd. Voorwaarde is dan dat je ouderdomspensioen dat je eerder in laat gaan minder bedraagt dan 70% van je inkomen. Met het 40-deelnemingsjarenpensioen vul je het ouderdomspensioen aan tot 70% van je inkomen. Het 40-deelnemingsjarenpensioen is een levenslange aanvulling op je gewone ouderdomspensioen

 
© 2022 E.F.A. (EerlijkFinancieelAdvies)